Home        Aukje        Quantum Touch       Helen met energie       Huis reinigen
Spiegelen      Relaties      Ego       Innerlijk kind       Contact       Links

 

Relaties

Onbaatzuchtige Liefde
Echte liefde is niet gericht op een bepaald belang, laat staan je eigen belang.
Belang is er niet. Onbaatzuchtige liefde is zuiver, zonder “jij bent van mij” of “verwachtingen” 

Echte liefde voel je voor de ander als totale persoon, dus niet voor bepaalde eigenschappen. Liefde is meer dan een aantrekkelijk uiterlijk, een goed inkomen, een boeiende uitstraling en een vlotte babbel. Bij echte liefde ben je - in principe - met heel je hart gericht op de ander. Je wilt er voor de ander zijn, helpen, beschermen, verzorgen en je wilt de partner in zijn kracht. Ook geef je je partner tijd en ruimte om zijn/haar eigen weg in te slaan. Maar blijf je ook in je eigen kracht staan, je “verliest” jezelf niet in de relatie.

Je kan overvallen worden door verliefdheid, maar niet door liefde. Je kan wel als je iemand ontmoet een diepe verbondenheid met hem/haar voelen. Echte liefde ontstaat dus niet plotseling, dat was er altijd al. De eventuele relatie die hieruit ontstaat is een proces waarbij de liefde steeds weer wordt bevestigd en getoond. Daarom is echte liefde niet gericht op beloning of bevrediging. 

De ideale relatie veronderstelt wederkerigheid en gelijkwaardigheid. Alles wat je in de relatie investeert, komt (op een andere manier) weer terug. Het geeft je het gevoel dat de relatie `klopt'. Zo lang als we het gevoel hebben dat we van de ander voldoende krijgen, zal het je geen enkele moeite kosten om te (blijven) geven. Dit is een onbewust proces, omdat je allebei in je kracht en je balans bent. Dit kan dus kan alleen als je in het reine bent met jezelf, met je verleden en je omgeving. Pas dan is er plaats voor iemand anders.

Jouw relatie
Iedereen, elk persoon is gevormd door opvoeding en conditionering. Voor iedereen ziet een relatie er dan ook anders uit. Dit heeft te maken met hoe je “gevormd” bent. Daarom is het goed om eerst bij jezelf na te gaan wat jij nodig hebt om in balans te zijn en dus in je kracht te staan. Heel vaak zoeken we dit in een partner, met als gevolg vele verwachtingen die niet waargemaakt worden. Maar als we van een partner verwachten wat we onszelf niet geven of in het verleden niet hebben gekregen, wie houden we dan voor de gek?

“Ik geloofde wat mijn moeder me had geleerd: ‘Mannen willen maar één ding’ en op grond van die overtuiging benaderde ik mannen met een mengeling van fascinatie, angst, wantrouwen, minachting en wraakzucht. In wezen was mijn verleidelijkheid gevaarlijk voor mannen: wanneer ze er op in gingen bewezen ze hoe zwak en onbetrouwbaar ze waren, wat me een reden temeer gaf om ze te minachten”. 
Sanne Burger 


Hechting
Wat voor partner je bent en hoe je dus in je relatie staat, is afhankelijk van onder andere hechting.
Onderstaand stuk gaat over hechting, hoe je gehecht bent is belangrijk om te weten in de zoektocht naar je eigen kracht en balans.

Bowlby, een bekend wetenschapper op het vlak van de psychologie, onderzocht dit in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Zich hechten, zichzelf op een veilige wijze permanent met een of meerdere mensen verbinden, leren kinderen in de eerste jaren na de geboorte, in de relatie die ze met hun moeder/verzorg(st)er hebben. Weten de ouders hun kind te kalmeren en te troosten, wanneer het geschrokken of verdrietig is, dan ontstaat ‘veilige hechting’: de ouders zijn dan een veilige haven waar het kind naar kan terugkeren. Daardoor leert een kind zowel op zichzelf als op anderen te vertrouwen. Gebeurt dat niet, dan kunnen, afhankelijk van de reactie van de ouders, de volgende problematische ‘onzekere hechtingsstijlen’ ontstaan.

Angstig-obsessieve gehechtheid: deze kinderen met onvoorspelbare ouders gaan jammeren en jengelen. Ze klampen zich vast, uit angst dat ze verlaten zullen worden.

Afwijzend-vermijdende gehechtheid: deze kinderen met afstandelijke ouders hebben geleerd dat ze hun gevoelens maar beter niet kunnen tonen, omdat daar toch afwijzend op wordt -gereageerd. Ze worden hierdoor wantrouwend tegenover anderen, leren al vroeg op eigen benen te staan, verwachten geen liefde en aandacht meer, en zeggen daar ook geen behoefte meer aan te hebben.

Angstig-vermijdende gehechtheid: deze kinderen hebben ook afstandelijke ouders, waardoor ze evenmin vertrouwen op anderen. Maar zij zijn daardoor ook nog het vertrouwen in zichzelf kwijtgeraakt. Ze verlangen wel naar liefde, maar geloven niet dat ze het waard zijn.

Zo ontwikkelen onveilig gehechte kinderen patronen waarmee ze de onveiligheid compenseren. Waaronder een patroon van minimale en afwerende hechting. En later, wanneer deze kinderen in relaties stappen, zetten ze dat patroon voort en hechten zich niet of nauwelijks, of enkel maar oppervlakkig en voor de schijn (bindingsangst)
Meestal geldt dit voor alle relaties die ze aangaan in de buitenwereld, soms enkel de persoonlijke intieme relaties, soms de minder persoonlijke relaties. 

Man en vrouw 
Hechtingsproblemen komen vaker bij mannen dan bij vrouwen voor. Menig man is, zeker in zijn jonge jaren, onderontwikkeld op dit vlak; wordt het hem te lastig, dan heeft hij de neiging, letterlijk, van de problemen weg te lopen.

Als er bij vrouwen sprake is van hechtingsproblemen, gaat ze zich juist te zeer hechten - vastklampen - aan de ander, ze wordt panisch bij het idee dat de ander zou kunnen weggaan. Wanneer er kinderen worden geboren, wordt de overdreven hechting meestal op hen overgedragen. Terwijl de man, die immers nu ineens op de tweede of zelfs derde plaats komt, zich vervolgens eenzaam en verlaten voelt.

Veiligheid
Er ontstaan ook relaties juist omdat de partners allebei problemen rondom binding en hechting hebben, en dat bij elkaar op (onbewust) niveau herkennen. Deze gemeenschappelijkheid, geeft in het begin veel warmte, veiligheid en herkenning, maar breekt later, wanneer de verliefdheid voorbij is, de partners op: beiden ervaren ze een teveel aan onveiligheid omdat ze dit niet aan zichzelf of elkaar kunnen geven, waardoor ze niet goed meer weten wat ze aan elkaar hebben en zich continu afgewezen voelen door de ander.

Gebleken is dat mensen die zichzelf verliezen in relaties, uit gezinnen komen met een aantal van onderstaande voorbeelden:

  • Een ongelijkwaardige relatie tussen de ouders met dominantie bij een van de ouders en het zich hieraan voegen van de andere ouder.
  • Een van de ouders is vaak afwezig
  • Ouders die een kind het gevoel geven van “niet goed genoeg zijn”
  • Een van de ouders (vaker de moeder) gebruikt een van de kinderen voor datgene wat ze op emotioneel gebied bij haar man of bij vriendinnen zou moeten halen. 
  • Er is sprake van geweld of machtsstrijd tussen de ouders en/of tussen ouders en een (paar) van de kinderen.
  • Er wordt niet gepraat in het gezin. 
  • Kinderen worden tegen elkaar uitgespeeld en/of voorgetrokken.
  • De ouders zijn alleen trots op een hoog cijfer of ander prestaties. 
  • Kinderen voelen medelijden voor (een van) de ouders.


Mindset
Als de man of vrouw die te veel of te weinig in de relatie investeert in plaats hiervan investeert in de eigen gedrags- en denkpatronen, zal alle energie gericht zijn op persoonlijke groei. Alleen hierdoor zal het lukken de emotionele onrust en/of pijn te stoppen.

Wanneer we een relatie hebben die onduidelijkheid en onveiligheid geeft, waarvan we zelf eigenlijk wel weten dat het niet goed zit, is het toch niet noodzakelijk en zelfs af te raden om de relatie te beëindigen. Dit zou zelfs averechts kunnen werken en juist jouw emotionele afhankelijkheid kunnen versterken

Om de relatie zonder emotionele onrust en/of pijn te kunnen continueren of te beëindigen, zul je eerst inzicht moeten hebben in hoe en waarom je je eigen emotionele afhankelijkheid in stand houdt.

Bewustwording
Wie zijn eigen hechtingsstijl wil onderzoeken, moet zich allereerst twee essentiële vragen ¬stellen, zeggen de Amerikaanse psychologen Bartholomew en Brennan:

“Hoe bang ben ik dat ik verlaten word?” 

Hoe goed voel ik mij op mijn gemak met nabijheid?”

Vraag 1 heeft direct te maken met ons zelfbeeld: is dat positief, dan vertrouwen we erop dat we het waard zijn om van gehouden te worden en dat iemand die ons echt goed kent, ons niet in de steek zal laten. Is ons zelfbeeld echter negatief, dan hebben we dat vertrouwen niet en zijn we bang om verlaten te worden.

Vraag 2 heeft direct te maken met het beeld dat we van anderen hebben. Is dat positief, dan durven we anderen dichtbij te laten komen, omdat we niet bang zijn dat ze ons zullen kwetsen. Vertrouwen we anderen daarentegen niet, dan voelen we ons niet op ons gemak met intimiteit en houden we ze op een afstandje.


Relaties
De mens is biologisch geprogrammeerd om iemand te zoeken die emotioneel met hem verbonden is, daar zijn psychologen het wel over eens. Vandaar dat zoveel mensen blijven doorploeteren in relaties waarmee ze niet tevreden zijn.
Vaak is het hun eigen hechtingsstijl die bepaalt welke relatieproblemen er ontstaan.

Zo raken de angstig-vermijdend gehechte mensen snel verzeild in een relatiepatroon van aantrekken en afstoten: neem de vrouw met de knipperlichtrelatie, die haar vriend meerdere keren verlaat omdat ze twijfelt, om hem vervolgens weer lange smeekbedes te schrijven vol hoop en spijt.

De afwijzend-vermijdend gehechte mensen gaan nog een stapje verder: ze zijn zo gesloten als een oester. Hun partner krijgt nooit echt een band met hen, en dat is vooral een probleem voor de partner: zelf zijn deze mensen redelijk gelukkig ¬zonder intieme relaties, onder het motto ‘wat je niet kent, dat mis je ook niet’.

De angstig-obsessief gehechte mensen op hun beurt zijn in een relatie vooral bezig met zichzelf: krijg ik wel genoeg steun en aandacht? Ze klampen zich vast aan hun partner en zijn snel jaloers. Deze mensen hebben de neiging om alles op zichzelf te betrekken en te overdrijven als er iets tegenzit. Wanneer hun partner bijvoorbeeld ¬later thuiskomt dan aangekondigd, denken ze meteen: ‘Zie je wel, hij vindt het niet leuk om bij mij te zijn!’ 

Angstig-obsessief gehechte mensen hebben vaak zo veel steun en bevestiging nodig, dat ze er niet voor hun partner kunnen zijn als die dat nodig heeft: een arm om de schouder, een luisterend oor of een goed advies. Ze weten niet hoe dat moet, zijn te egocentrisch of staan niet sterk genoeg in hun schoenen. Dat kan bij de partner een gevoel van eenzaamheid geven.’

Een onzekere hechtingsstijl kan niet alleen ¬leiden tot emotionele verwijdering, het kan ook funest zijn voor de seks en de communicatie tussen de partners. 


Er is hoop
Zijn ingesleten patronen in hoe we omgaan met anderen eigenlijk nog wel te veranderen? Zijn mensen met een onzekere hechtingsstijl gedoemd om voor altijd te blijven worstelen met relaties? Is er nog hoop als je weet dat wetenschappers al vóór de geboorte voor 75 procent kunnen voorspellen welke hechtingsstijl het kind zal krijgen, alleen door het gedrag van de moeder te observeren?

Ja, ondanks dat is er hoop. Hechtingsstijlen zijn tamelijk goed veranderbaar, en ze veranderen vooral de goede kant op, zo blijkt uit onderzoek. Ongeveer 30 procent van de mensen slaagt er in de loop van het leven in om een veiliger hechting aan te gaan.. 

Het is de kunst om erachter te komen waar je relatieproblemen vandaan komen: ‘Is je partner iemand die niet bij je past en niet aan jouw relatiebehoeften tegemoet kan komen? Of ligt het meer aan je eigen onzekere hechtingsstijl, en zijn je behoeftes zo irreëel dat niemand eraan kan voldoen? Het antwoord op deze ¬vragen kan bepalend zijn voor de keuzes die je maakt in een onbevredigende relatie, bijvoorbeeld een relatie waarin jij altijd meer wilt dan de ander.’ 

Wie zijn onzekere hechtingsstijl wil veranderen, heeft allerlei mogelijkheden tot verbetering. Bij mijn inzicht gevende therapie onderzoek je de mechanismen uit je kindertijd, om het verleden los te kunnen laten en andere keuzes te kunnen maken in het heden.